We evolueren niet noodzakelijk naar een politiestaat door de pandemie, maar het kan

Opiniestuk door Rosamunde van Brakel (Onderzoeksprofessor VUB Leerstoel Surveillance Studies) & Paul De Hert (Professor Privacyrecht VUB) voor De Morgen.

In een opinie in de Financial Times waarschuwt de historicus Yuval Harari, recent gehuldigd met een VUB ere-doctoraat, dat als we niet voorzichtig zijn de Corona epidemie een belangrijk keerpunt in de geschiedenis van de surveillance kan worden door de dramatische verschuiving van “bovenhuidse” naar “onderhuidse” surveillance. Terecht wijst Harari op de ervaringsregel dat veel korte termijn noodmaatregelen blijvers zullen worden en dat maatregelen waarover samenlevingen als de onze zich normaal lang bezinnen, nu genomen worden zonder veel boe of bah. Die boodschap werd in deze krant door Bart Cammaerts (DM 3 april 2020) ook gebracht. Interessant is Cammaert’s observatie dat er niet alleen sprake is van top-downprocessen (de overheid die de crisis aangrijpt voor het voeren van een beleid), maar ook van bottom-up processen (u en ik die uit schrik voor risico’s druk uitoefent om een zeker beleid te voeren).

“Tijdelijke maatregelen hebben de onhebbelijke gewoonte nadien toch aan te houden. We moeten oppassen met wat we toelaten.”

Philippe de Backer, toenmalig minister belast met onder ander Privacy

Wil dat nu zeggen dat onze samenleving door een wisselwerking van bovenaf en onderaf evolueert naar een politiestaat? Wij zien een verschil, niet alleen qua genomen maatregelen maar ook door de vitaliteit van het publiek debat over apps en privacy. Surveyonderzoek toont aan dat maar de helft van de respondenten een app steunt en dat ze het enkel steunen als er waarborgen worden genomen. Een interdisciplinaire groep van wetenschappers, waaronder verschillende virologen, wijst erop dat het risico en de beperkingen van zulke apps onderschat worden. Ook in de politiek zien we hoop, er komt een parlementair debat. Bovendien neemt Minister De Backer, die in een vorige regering Staatsecretaris voor Privacy was, geen overhaaste beslissingen en neemt privacy serieus. In een interview met Radio 1 zegt hij terecht: “Tijdelijke maatregelen hebben de onhebbelijke gewoonte nadien toch aan te houden. We moeten oppassen met wat we toelaten.” Dat siert een man die vanaf zijn eerste publieke verschijning, toen nog als staatssecretaris voor de privacy, zich uitte als een fan van big data, wat in de privacy gemeenschap de wenkbrauwen deed fronsen. Deze strange-bedfellows situation in het hoofd van een beleidsman laat geen eenvoudige analyse toe en doorprikt stereotypering. Het verklaart waarom hij een “taskforce” opricht om een “privacy-vriendelijke” app te ontwikkelen.

Vanuit databeschermingsstandpunt is de weg van De Backer lovenswaardig zeker in vergelijking met andere landen. Het beleid over de ontwikkeling van de app is echter weinig transparant waardoor publieke controle niet mogelijk is. Er is bovendien geen wetenschappelijk bewijs dat deze apps werken zeker als een groot deel van de bevolking weigerachtig is om het te downloaden. Er is ook weinig aandacht voor de sociale gevolgen van de apps en voor de sociale praktijk. Wetenschappelijk bewijs toont aan dat gebruik van Big Data toepassingen tijdens de Ebola epidemie in West-Afrika in 2014-2016 voor het indijken en opsporen van de ziekte grote beperkingen hebben, vooral door gebrek aan expertise van de technologieontwikkelaars van sociale praktijken.

“Wij worden dom gehouden met de boodschap dat er geen probleem is met onze rechten en vrijheden als er maar privacy-vriendelijk ge-appt of gewerkt wordt met geaggregeerde geanonimiseerde gegevens.”

Naast vragen over effectiviteit, transparantie en expertise zijn wij bezorgd dat een te enge focus op databescherming voorbijgaat aan bredere maatschappelijke reflecties en bezorgdheden.  Het is niet omdat een technologie geen persoonlijk data verwerkt dat er geen gevolgen zijn. Wij worden dom gehouden met de boodschap dat er geen probleem is met onze rechten en vrijheden als er maar privacy-vriendelijk ge-appt of gewerkt wordt met geaggregeerde geanonimiseerde gegevens.  Anders gezegd, vanaf het ogenblik dat data genoeg geanonimiseerd en geaggregeerd is, kunnen we rustig slapen. Was het maar zo. Juridisch-technisch gesproken klopt het een beetje. Big Data toepassingen die werken zonder gegevens over personen vallen inderdaad niet onder de databeschermingswetgeving die alleen persoonlijke data beschermt. Maar dat maakt Big Data kennis niet onbesproken. Kennis gebaseerd op anonieme gegevens is niet neutraal en kan leiden tot machtsvergroting door de creatie van nieuwe kennis (al dan niet correct) waarop beleid wordt gebaseerd met mogelijk stigmatiserende uitkomsten voor bepaalde groepen en meer sociale ongelijkheid.

Hopelijk gaat het parlementair debat meer dan over taalspelletjes rond ‘respect voor de privacy’. Als we de discussie over apps en bijhorende gevolgen op een bredere basis kunnen voeren, maken we het verschil met autoritaire surveillancelanden.

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out /  Change )

Google photo

You are commenting using your Google account. Log Out /  Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out /  Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out /  Change )

Connecting to %s

Create your website with WordPress.com
Get started
%d bloggers like this: